English version

Windmolens

Windmolens worden altijd geassocieerd met Holland; toch is er een tijd geweest dat er nog geen molens waren. Molens zijn zelfs niet in Holland uitgevonden. De eerste molens dreven op het water en dat maakt het makkelijk ze naar de wind te draaien.
Windkracht heeft enorm bijgedragen aan de macht en rijkdom van Hollands in de 17e eeuw; windkracht werd gebruikt om hout te zagen, om koren te malen, papier te maken. Door de houtzagerij konden de Hollanders sneller schepen bouwen dan wie ook in de wereld, waardoor Holland een grote zeemacht kon worden die zelfs de Britten kon verslaan. Ongeveer een eeuw later haalden de Britten de achterstand in en begonnen de industriële revolutie en werden de wereldmacht die ze bleven tot in de 20e eeuw.
Het eerste industriegebied in Holland lag langs de oevers van de Zaan, even ten Noorden van Amsterdam. Honderden molens stonden langs de rivier waar schepen van overal hun lading losten. De Russische tsaar Peter de Grote bezocht het gebied om er de kunst van het bouwen van schepen te leren. Het huisje waarin hij verbleef, bestaat nog. De meeste molens zijn intussen verdwenen maar er zijn er nog enkele tientallen over.

De meeste molens in Holland zijn gebruikt om water weg te pompen. De molen op de foto staat aan de Rotte; zijn functie was water vanuit de lager gelegen Bergse Voorplas (rechts tussen de bomen door te zien) naar de Rotte te pompen. De wieken van de molen drijven door middel van een stelsel van houten tandwielen een waterrad aan.
Het gebruik van windmolens om water te verplaatsen is uitgevonden in de 15e eeuw. De windmolen heeft een verticale as die de wieken met het waterrad verbindt. In veel landen wordt het waterrad gebruikt om de kracht van het stromende water in een rivier of beek te benutten voor het aandrijven van machines. Hier wordt de kracht van de wind gebruikt om het water van een lager niveau te brengen naar een hoger niveau. Het voordeel van dit systeem is dat het niet afhangt van de aanwezigheid van getijbeweging, dus het kan op meer plaatsen gebruikt worden. Het verschil in waterniveau dat de molen kan overwinnen, is maximaal 1,5 m, een enkele molen is daarom voor diepere polders onvoldoende.


Dit probleem werd opgelost door een aantal molens (meestal 3 of 4) in serie te zetten. Op die manier kan men een 3 of 4 keer zo groot verval overwinnen.
Dit systeem is nog op diverse plaatsen in Holland te zien. De foto toont de molenviergang in Zevenhuizen. Elk van deze molens pompt het water 1,20 m op. Tussen de molens ligt een sloot die op de foto nog net te zien is.
Later is men schroefpompen gaan gebruiken die met diesel- of electro-motoren werden aangedreven (zie de pagina over het waterbeheersysteem). Zulke pompen kunnen een veel groter verschil in waterpeil overwinnen.

Naast de water-pompende molens waren er in Holland korenmolens en andere industrie-molens in gebruik. Veel korenmolens stonden op de stadswallen, zoals hier in Gorinchem te zien is. De stadswallen waren geschikt omdat de molens daar hoger stonden zodat ze meer wind konden vangen. De molen in Gorinchem is één van de weinige die nog in de oorspronkelijke situatie te zien is.
De grootste korenmolens staan in Schiedam waar ze meel leverden aan de jenever-industrie die in deze stad heel belangrijk was. Ook deze stonden op de stadswallen maar sinds de wallen zijn verdwenen staan ze langs een gewoon kanaal.

Naar de inhoudsopgave van deze website

Over de auteur

Naar Swan Support

© 2010: Nico Booij (zowel de tekst als de foto's)