English version

Het waterbeheerssysteem

Het gebruikelijke systeem om overtollig water in Holland naar zee af te voeren is in de figuur afgebeeld. Het gebied is verdeeld in polders, die elk gewoonlijk enkele vierkante km groot zijn. Elke polder heeft een pompstation (vroeger haast altijd een windmolen) die water pompt in de boezem, een netwerk van kanalen en van vroegere kreken. Het water stroomt door dit netwerk naar een groter pompstation dat het water in een grotere rivier of estuarium (getijrivier) die in zee uitkomt.
In de dagen van de windmolen was één molen voldoende om een ondiepe polder droog te houden. Een windmolen kan het water maximaal 1.5 m omhoog pompen. Als de polder dieper is, zet men enkele molens in serie.

De situatie te Kinderdijk

Tegenwoordig kan één pompstation de waterhoeveelheden van een hele streek, bestaande uit vele polders, verpompen. In de dagen dat windmolens het werk moesten doen, had men een reeks molens nodig om deze taak uit te voeren. In heel Holland bestaat nog slechts één dergelijk systeem; het bevindt zich in Kinderdijk, het is terecht wereldberoemd.
Het systeem bestaat uit een “lage boezem”, dit is het uiteinde van het netwerk van kanalen waar de poldermolens het water op uitslaan, en een “hoge boezem”, een bekken met een hoger waterniveau. Tussen de beide boezems staat een reeks molens die water van de lage naar de hoge boezem pompen. Bij lage waterstand op de getijrivier laat men het water uit de hoge boezem door een spuisluis in de dijk naar deze rivier weglopen.

Het is eigenlijk niet juist dat er slechts één dergelijk systeem is overgebleven, want in Kinderdijk staan er twee naast elkaar; de ene van de "Overwaard", de andere van de "Nederwaard". Vanuit de lucht ziet men twee kanalen naast elkaar; de bovenste is de lage boezem van de Overwaard, de onderste die van de Nederwaard. Aan weerskanten, gescheiden van de lage boezems door smalle dijkjes met de molens erop, ziet men de hoge boezems; deze staan gedeeltelijk onder water, maar bestaan ook uit land dat bij hoog water onder komt te staan.

Op de foto zien we in het midden een dijkje met links ervan de lage boezem van de Overwaard en rechts de lage boezem van de Nederwaard. Achter de rij molens links is de hoge boezem van de Overwaard nog net te zien.
Rechts buiten de foto staat een tweede rij molens met daarachter de hoge boezem van de Nederwaard.
Technici spreken van parallel-schakeling bij de molens die zijn opgesteld tussen de lage en de hoge boezem. Serie-schakeling komt in het waterbeheer ook voor. In diepe polders waar een enkele molen niet voldoende opvoerhoogte heeft, zet men een aantal molens in serie; dit is het geval in Zevenhuizen waar vier molens nodig zijn om de Tweemanspolder droog te houden.

Op het terrein van Kinderdijk is ook een moderne installatie te zien waarmee de waterbeheerders het water laten afvoeren, een pompstation met schroefpompen.


Naar de inhoudsopgave van deze website

Over de auteur

Naar Swan Support

© 2010: Nico Booij (zowel de tekst als de foto's)