English version

De Waterlinie, een defensie-systeem met water

Waterbouwkunde is in Holland niet alleen gebruikt om het land tegen overstroming te beschermen. Overstroming is ook gebruikt om Holland tegen vreemde indringers te beschermen. Het middel was al in de 16e en 17e eeuw gebruikt tijdens de 80-jarige oorlog tegen de Spaanse overheersing.
Vanaf de 17e eeuw werd het defensie-systeem meer systematisch verder ontwikkeld. Een strook land die halverwege Nederland in Noord-Zuid-richting loopt, werd bestemd om zonodig tot een diepte van 30 tot 40 cm onderwater gezet te worden. Deze diepte was het meest geschikt omdat hij te klein was voor vijandelijke schepen, terwijl karren en kanonnen op affuiten zouden vastlopen in de vele greppels en sloten die onzichtbaar waren geworden onder de waterlaag.
De waterlinie beschermde alleen het rijkste en meest invloedrijke deel van Nederland, te weten Holland met de belangrijkste steden zoals Amsterdam en Rotterdam en het regeringscentrum Den Haag. De Oostelijke helft van het land bleef onbeschermd.

Tientallen inundatie-werken werden gebouwd om het water van de grote rivieren in te laten. De daarvoor benodigde sluizen werden gedekt door forten. Ook de wegen en spoorwegen die bij de overstroming boven water zouden blijven werden voorzien van forten zodat ook hier een vijand niet gemakkelijk langs zou kunnen komen. Hiernaast is het fort te zien dat de spoorweg van Geldermalsen naar Leerdam bewaakt. Het staat vlak naast de Diefdijk die de westelijke begrenzing van de waterlinie vormt.
Vele van de werken en de forten langs de westelijke rand van de waterlinie zijn in stand gebleven en sommige ervan zijn regelmatig te bezichtigen.

Zie verder:

Naar de inhoudsopgave van deze website

Over de auteur

Naar Swan Support

© 2010: Nico Booij (zowel de tekst als de foto's)